23 februari 2026

Nieuwe beleggersbelasting stuit op enorme weerstand

Momenteel is er veel discussie over de invoering van de nieuwe box 3-regeling. Vooral het belasten van niet-gerealiseerde winsten stuit op verzet. Daarnaast is de mogelijke omvang van de jaarlijkse belasting een doorn in het oog van veel Nederlanders. In het kort bekijken we de mogelijke veranderingen.

Nieuwe regeling box 3

Na jaren gesteggel komt er in 2028 een nieuwe regeling voor de belasting op particulier vermogen — spaartegoeden en beleggingen — in box 3. De basis voor de vermogensbelasting is niet langer een vaststaand fictief rendement. Beleggers gaan vanaf 2028 maar liefst 36% belasting betalen over het werkelijke rendement dat zij in een bepaald jaar binnen box 3 realiseren. Niet alles is slecht aan de nieuwe regeling, legt financieel expert Jason Yang uit. “Een voordeel van het werkelijk rendement is dat bij verlies of geen rendement de belasting niet betaald hoeft te worden of heel klein is. Ook zijn verliezen in een voorgaand jaar te verrekenen. Dat is in de bv vaak al het geval en biedt ook voordelen als de beleggingen niet of minder renderen”, zegt Yang.

Ook niet-gerealiseerde winsten belast

De weerstand van veel Nederlandse belastingbetalers komt voort uit de verplichting om belasting te betalen over alle winst in een bepaald jaar. Ook niet-gerealiseerde winsten worden belast. En dat is een pijnlijk gevolg voor veel Nederlanders die beleggen in instrumenten die niet gemakkelijk in geld zijn om te zetten. Neem bijvoorbeeld edelmetalen. Goud- en zilverbeleggers worden gedwongen om eventueel te betalen belasting in geld vrij te maken. Dit soort bedragen heb je immers niet altijd op de bank staan. Cryptovaluta worden vanaf 2028 ook jaarlijks op de winst belast. Dit betekent in de praktijk dat de lange termijn belegger in crypto na een rendabel jaar ook gedwongen wordt om een deel te verkopen. Het wordt helemaal zuur als in de maanden erna de beleggingen fors minder waard worden.

Met aandelen en obligaties flexibeler

De bekende aandelenportefeuille wordt daarmee ineens een praktisch alternatief omdat je met aandelen en obligaties flexibeler bent als het gaat om stortingen en onttrekkingen uit het vermogen. Bovendien genereer je gedurende het jaar ook nog inkomsten uit deze beleggingen die je zou kunnen aanwenden voor het betalen van belasting. Beleggers in een start-up komen er minder goed vanaf.

Ergernis tweede woningbezitters

Een andere ergernis ontstaat bij bezitters van een tweede woning. Yang hierover: “De tweede woning wordt bij de Belastingdienst aangeslagen in de vorm van een winstbelasting die betaald moet worden na verkoop van de woning. Dit geldt ook voor woningen in het buitenland en beleggingen in startende ondernemingen. Wie al langere tijd over een tweede woning beschikt, kan echt hele grote bedragen moeten afdragen op het moment dat de woning wordt verkocht.” Bij commercieel vastgoed wordt de Nederlander aangerekend over de ontvangen huur.

Sparen een optie

Wie denkt dat sparen een fiscaal voordelige optie is, komt ook bedrogen uit. Natuurlijk is de Belastingdienst veel schappelijker met spaarvermogens. Echter, wie doorrekent wat een vermogen van € 200.000 oplevert, schrikt net zo van het eindresultaat. Stel iemand heeft met de beleggingen een rendement van 6% en een spaarder ontvangt een rentepercentage van 1,28%. Voor de belegger bedraagt het resultaat na box 3-belasting € 216.877 en voor de spaarder blijft er na box 3-belasting € 203.600 over. Wanneer we de beide potjes corrigeren voor inflatie, blijft er voor de belegger € 210.371 aan koopkracht over. De spaarder holt achteruit met een waarde waarmee hij naar de winkel kan van € 197.492. Ondanks de hogere belasting is er een positief verschil voor de belegger die na inflatie zijn vermogen met € 12.878 ziet groeien.

Niet definitief

De gewraakte nieuwe regeling is nog niet definitief. In februari komt het voorstel, dat is goedgekeurd door de Tweede Kamer, in de Eerste Kamer onder de hamer. De weerstand in de politiek is groot en de politieke verhoudingen in de Eerste Kamer zijn wezenlijk anders dan in de Tweede Kamer. Daarnaast is de verwachting dat er hard wordt gesleuteld aan een alternatief belastingplan dat vanaf 2029 in werking moet gaan treden. Dit maakt het voor veel Nederlanders ook lastig om duurzame keuzes te maken voor de vermogensplanning. Enige flexibiliteit is vereist.

Fiscale gevolgen

In aanloop naar 2028 kunt u gericht en weloverwogen keuzes maken. Daar is nog tijd voor. Bij Bustelberg proberen wij de fiscale gevolgen van nieuwe wetgeving over het beleggen in privé en/of bv voor u in kaart te brengen. Jason Yang hierover: “Voor fiscaal advies verwijzen wij uiteraard graag naar een fiscalist, of naar uw accountant. Maar ondertussen denken wij natuurlijk graag met u mee.” Heeft u vragen over wat het voor u betekent en wat de eventuele fiscale gevolgen zijn van keuzes waar u voor staat? Laat het ons weten.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog een vraag? Stel hem gerust.

Wilt u op de hoogte blijven?
Wij delen onze kennis graag! Schrijf u in.